Uit het clubblad

 

NK Elite 2005 | De Ronde van Tunesië 2004 | Interview Levi Heimans (oktober 2003) | ATB-dag volgens Lars | Het verhaal van Cor Backer

 

NK ELITE MET EN ZONDER CONTRACT; ROTTERDAM, 26 JUNI 2005

door Jabik Jan Bastiaans
"Zâg, dat zijn toch wel goeie bandjes die jij daar hâbt?" informeert de kakkineuze burgemeester, wijzend op mijn versleten tubes. Ik overweeg een licht cynisch antwoord met een grappige verwijzing naar ons arme burgers die niet zo makkelijk slapend rijk worden als bekakte burgemeesters, maar hij heeft een pistool dus ik houd mijn mond maar. Maar de burgemeester, die duidelijk een glaasje wijn te veel heeft gehad bij de staande receptie voor de koers, is los. "Die daer, met nummer 1 op zijn kont, dat is mijn faevoriet, hoir!". Hij wijst op een nietige smurf die vooraan staat, met een nummer 1 op zijn rug. Uit de verte lijkt hij wel wat op Erik Dekker, maar die is natuurlijk veel imposanter dan deze vlieg. Trouwens dat gozertje er naast heeft dezelfde grote neus als Servais Knaven, maar die neus is het enige onderdeel van formaat aan deze kabouter die in niets doet denken aan een winnaar van Parijs-Roubaix. Waar zouden de echte kanonnen zijn, vraag ik me af en ik kijk nog eens rond. Daarbij valt mijn oog weer op de burgemeester die nu dreigend zijn pistool opricht. Ho es even, de boel zou hier wel eens uit de hand kunnen lopen.
Daar heb je het al, de smurfen die vooraan staan spatten ervandoor alsof ze Azrael, de kat van Gargamel, recht in de ogen hebben gekeken. De 12 die ik had willen bewaren voor de laatste kilometer ligt er nu al op en hé, wat rijdt daar onder mijn fiets door? Zou dat microscopisch kleine knulletje Michael Boogerd zijn?
Affijn, mij aldus kostelijk vermakend vervolgde ik mijn weg op het Nederlands Kampioenschap wielrennen voor elites met en zonder contract in Rotterdam. De lucht was blauw, het gras was groen en mijn benen werden mooi bruin. Tot ronde 7. Tot op dat moment reed het peloton ronde na ronde razendsnelle tijden. Naast mij klaagde Maarten den Bakker al steen en been over het te hoge tempo: "Als ze nou de hele tijd 58 blijven rijden, kennen we straks nog lachen. Lijkt wel een amateurkoers man". Maar in ronde 7 werd alles anders. Was het een neerstortende helikopter? Brak de Erasmusbrug in 2 stukken? Was burgemeester Opstelten eindelijk zijn gang gegaan met het startpistool? KLAKKLAKKLAKLAK!

Gniffelend zat ik op mijn fiets. Dat moest een concurrent zijn met een doormidden gezakte fiets. Sukkel, moet hij zijn materiaal maar eens voor elkaar hebben. Snel maakte ik mij uit de voeten, verder naar voren, de kop van het peloton in. Het geklak reisde met me mee. Nu begon ik me toch wat zorgen te maken en keek eens tussen mijn benen door: de herrie werd veroorzaakt door mijn achterwiel dat zijn spaken niet bij elkaar had kunnen houden. Vlug stapte ik af (aan de verkeerde kant, altijd rechts depanneren…) en voor ik het wist was de neutrale auto bij me met een achterklep vol achterwielen. In een flits zag ik dat om het wiel zo'n zwaarlopend Vittoria Rubino bandje lag, een gele nog wel! O, verschrikkelijke feitenkennis, daar zag ik mijn moraal al over de reling van de Erasmusbrug springen, regelrecht de Maas in.

Ik stamelde nog iets van "is dat wel shimano" maar ik zat alweer op de fiets terwijl een driftig snuivende man me op gang aan het duwen was, de Erasmusbrug op. Nou ja, hij duwde in ieder geval de goeie kant op. Even schakelen, waar is de 12? Voelt als een 11. Ha, daar is mijn wagen, zal ik een banaantje vragen?
Een wilde jacht was begonnen. Vooraan het peloton, dat natuurlijk volledig op hol was geslagen nu de grote favoriet op achterstand was gereden. Achteraan de grote favoriet zelf, vechtend tegen een overslaand campagnolo wiel dat geen vriendjes kon worden met zijn shimano derailleur. "Je moet tegen de bumper aanrijden!" schreeuwde de mecanieker van PRC Delta uit de auto. Ja, wat denk je dat ik hier aan het doen ben, knurft, mijn postzegelverzameling op alfabetische volgorde leggen?

Maar ik keerde terug bij het peloton, ik ben namelijk een held. Toch kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de zaken minder soepel verliepen dan voor de wielruil. Wat was hier aan de hand? Lopen ze zo zwaar die Vittoria Rubino's? Heb ik mijn laatste cartouche reeds verspeeld? Wat doet een renner dan? Juist, hij voelt aan zijn achterrem of deze wellicht aanloopt. Achter mij reed Cor van Leeuwen (een elite coryfee uit Groningen) die met zwaar Groningse tongval meldde "joun achterrem loopt aan". Nu heb ik van die ultralichte remmetjes die een keukenweegschaal nauwelijks in beroering brengen maar snelspanners zitten er niet op. Wel een grappig gezicht natuurlijk, een wielrenner die probeert met 55 per uur zijn achterremkabeltje los te draaien, met een denkfrons op het hoofd want welke kant moet hij nu opdraaien, rechts, of toch rechts? Nee rechts natuurlijk. Of…

Ondertussen was de koers flink op hol geslagen. Een groepje met Erik Dekker, Leon van Bon, Karsten Kroon en enkele andere smurfen maakte aanstalten de groep te willen verlaten, maar het peloton vond het veel gezelliger met die jongens erbij en probeerde aan te sluiten. De grote groep brak zelfs in 2-en en de smurf die zo op Servais Knaven leek ging eens flink op de pedalen lopen om een hereniging tot stand te brengen. Dat vond een aantal renners achterin het peloton niet leuk. In de afdaling van de van Brienenoordbrug was een 11 nodig om de groep bij te houden, maar mijn haperende campa-wiel vond een 13 voor mij mooi genoeg. Tot groot vermaak van Koen de Kort en Thomas Dekker, die achter mij reden, moest ik de groep laten gaan en leek het met 100 km al gedaan voor Bastiaans. Maar gelukkig was er, zoals Michel Wuyts van de BRT zou zeggen, "al een pak overboord hoor". En dat pak kwam mij achterop.

Voorop deze 3e groep reed Dennis Leliveld. Dennis maakt ook deel uit van de combinatieploeg Team Amsterdam, als vertegenwoordiger van de UWTC Uithoorn. Dennis is wat je in plat Amsterdams noemt "een gouwe goser". De onkreukbare moraal van deze Mijdrechtenaar is met geen duizend 'pot belges' of andere chemische ondersteuning te bereiken. Meestal zegt hij voor de koers "vandaag ga ik alleen maar heel hard rammen". Jammer genoeg zegt hij dat ook voor elke training, dus meestal traint Dennis alleen. De onkreukbare koersdrift van Dennis gaf ook een beetje op mij af, dus ik schakelde 3 tandjes groter en twee tandjes terug (campagnolo, weetuwel) om aan de chasse pattate bij te dragen. Maar warempel, het peloton viel wat stil en Dennis reed 100 per uur, dat hielp ook aardig mee, zodat we weer aan konden sluiten bij het peloton. Het groepje met Dekker en van Bon had meer dan 30 seconden gepakt en het peloton was op zoek naar zijn tweede adem. Thomas Dekker, die achter mij reed, riep: "Doe de barbecue maar aan jongens, het is gebeurd".

Even konden wij onze wonden likken, maar de jongens van Bert Story en van Shimano wilden ook wel eens op tv komen en trokken het peloton in gang. Ondertussen had ik een beetje een hekel gekregen aan de soigneur die ons drinkbussen moest geven. De soigneur had trouwens ook een hekel aan mij. Omdat ik als enige Amstelrenner aan het NK mocht deelnemen moest ik me aansluiten bij een andere club voor de materiaalverzorging en het aangeven van de bidons. De soigneur in kwestie herkende echter het rood-wit-groene tricot van de Amstel niet en dacht iedere keer toen ik amechtig mijn armpje uitstak naar zijn heerlijk heldere drinkbus: "niet voor jou, krullebol", en trok het bidonnetje weg.

Ondertussen verschrompelde ik als een overjarige bruine banaan die te lang in de zon heeft gelegen. Haitze, een goede vriend van me die diende als fan voor 1 dag (hij had er zelfs mijn Amstel windstoppertje voor aangetrokken die hij ook de hele dag aanhield), stond elke ronde pesterig met een groot glas cola langs de kant hetgeen mij steeds gefrustreerder maakte. Op een gegeven moment zag ik zelfs Frans van der Does naast me rijden, veel erger kon het niet worden! Frans heeft een abonnement op de laatste plek in het peloton. Voor veel renners is Frans een soort equivalent van de man met de hamer. Als je Frans hebt gezien, ben je al zo goed als zeker gelost.

Maar goed, dit zijn allemaal natuurlijk slappe excuses van een renner zonder vorm. Een renner in conditie rijdt zelfs op de strontkar van Boer Stroetinga in de eerste waaier. Elke ronde kreeg ik meer moeite om in de belachelijke chicane vlak na start-finish van 5 km/uur naar 60 op te trekken. Op een zeker moment werd het gat te groot en bleek ik ineens op 53x19 de Brienenoord op te rijden. Daar worden ze vooraan dus niet bang van. In mijn eentje keerde ik terug bij Haitze die samen met Sonja, mijn vriendin, aan een enorm glas cola stond te lurken. "Wat is dit nu?", vroeg Haitze. "Ik kon niet harder", zei ik maar. ", en ik was zo jaloers op jouw glas cola, dat ik maar ben afgestapt". "Jaloers, jaloers", sprak Haitze toen zeer verontwaardigd, "weet je wel hoe jaloers ik was dat jij hier reed en ik niet?"

Maar toen was het al te laat om weer op te stappen.

 

RONDE VAN TUNESIË

door Seppe Hoogzaad
Van 11 tot en met 21 juni 2004 vond de Ronde van Tunsië plaats. Een 2.5 UCI -wedstrijd. Amstelrenners Seppe Hoogzaad, Coen Emmer en Werner de Hamer waren opgenomen in het Marco Polo trade team. Ploegleider was Victor Plomp. Seppe Hoogzaad doet in dagboekvorm verslag van alle wederwaardigheden tijdens en na de koers.

Deelnemende ploegen Tour de Tunise Cycliste International:
- Italië Pinelli Clingendale
- Zuid-Afrika Microsoft Cycling Team
- Egypte Nationale Selectie
- Lybië Nationale Selectie
- Duitsland VC Frankfurt Radteam - Brugelmann
- Nederland Marco Polo Cyling Club
- Tunesië Nationale Selectie
- Frankrijk Velo Club Cournon d'Auvergne
- Algerije Nationale Selectie
- Senegal Nationale Selectie

Team Marco Polo:
- Victor Plomp, ploegleider
- Casper Helling (voor nieuwe leden: ex-Amstelrenner)
- Coen Emmer
- René van Oort
- Nathan Dahlberg
- Werner de Hamer
- Seppe Hoogzaad


10 juni, het vertrek
Vertrek vanuit Amsterdam en aankomst via de vieze WC's van Frankfurt Airport in Tunesië. Een heel mooi warm land, waar fietsen op de snelweg naar het hotel van rijdende bussen vallen, omdat buschauffeurs ze niet goed op het dak niet vastbinden. De schade viel mee. Bij het opnieuw vastbinden wordt onder luid geschreeuw van de aanwezige renners gewoon over de ingepakte fietsen heen gelopen. Ja, een onachtzaam welkom in een land waar iedereen vooral veel aan zichzelf denkt. Wel lekker eten, maar meteen ook veel gezeik over geld en dingen die niet geregeld zijn. Er moet, tegen de afspraak in, betaald worden voor benzine en water. Vooral de ploegen uit Senegal en Egypte klagen. Om deze problemen makkelijk op te lossen blijken de UCI-official en de Franse ploeg geen andere taal dan Frans te verstaan, begrijpt de ploegleider uit Zuid Afrika alleen maar Engels, en gebeurt een groot deel van het overleg in het Arabisch. Er zijn maar 65 deelnemers wat erg weinig is voor een 2.5 UCI-koers. Er is wel een routeboek, maar dat is dan ook het enige wat vast ligt, maar waarvan ook iedereen weet dat hiervan zeker afgeweken gaat worden. Kortom een mooi zwart gat om naar toe te leven.


11 juni, eerste etappe
's Ochtens vroeg op. Het vertrek verloopt chaotisch, maar alleen bij de Marco Poloploeg. De rest staat al klaar, terwijl wij nog slepen met bagage. De start is een kwartier rijden van het hotel, het hele peloton vertrekt er op de fiets heen. Wij fietsen/racen er achteraan. Bij het vertrek aangekomen kunnen we nog net op tijd de rugnummers opspelden en vertrekken. We worden behalve door het aanwezig publiek ook aangestaard door twintigtal jongelingen op racefietsen en met oude shirtjes aan. Eén heeft een gele trui van Mercato Uno.

De start. We rijden rustig door de straten en gaan de stad uit over de snelweg, een complete chaos in het verkeer veroorzakend. Renners houden auto's tegen om te voorkomen dat ze op het peloton in rijden. Voor het peloton rijdt maar één politiemotor en één auto. Achter het peloton rijdt een drietal groepen in totaal willekeurige volgorde. Even voortstellen: Allereerst de plaatselijke jeugd. Een voor een vallen ze af als er weer een ketting breekt of een derailleur in een achterwiel slaat. Hierna de volgauto's, allemaal Renault Clio's, allemaal dezelfde kleur. Het terugvinden van je eigen ploegleider is hierdoor een echte uitdaging geworden. Verder een motoragent en een auto met een rode vlag om al het opdringende verkeer in toom te houden. Dat lukt wonderbaarlijk genoeg ook. Maar twee autos rijden langs de stoet en halen het peloton in.

Met het peloton draaien we via een afrit een andere snelweg op. Het peloton kijkt angstig om of het voorbijrazende verkeer gaat stoppen, zodat wij door kunnen rijden. Wonderlijk genoeg gebeurt dit en we rijden met zijn alleen op een driebaans snelweg, dertig in het uur genietend van de zon. Dit gaat door tot we ongeveer vijftig kilometer gereden hebben. We rijden langzaam en er gebeurt niks. Inmiddels is het wel rustiger geworden op de weg en we rijden over normale wegen. Het wegdek is glad door rubber en olie en de kant van de weg vertoond grote inhammen waar het asfalt is weggeslagen. Een renner demarreert. We gaan langs de kant rijden, omdat er een beetje wind staat. Een onervaren renner rijdt in een inham van de weg en valt. Een ander duikt daar overheen.

De rest van de etappe verloopt net zo rustig als het deel ervoor. Het is erg warm en je drinkt je suf. Nabij de finish is er nog een kleine heuvel. Er wordt hard omhoog gereden en bijna iedereen houdt dat vol. Er zitten toch sterke renners in dit peloton. Een beetje onverwacht want ik had geen hoge dunk van het niveau in Afrika. Na de heuvel volgt een spervuur aan demarrages en dit gaat door tot tien kilometer voor de finish. Daar gaan de Zuid-Afrikaanse en Italiaanse trein rijden. Ze trekken de sprint aan voor hun sprinters die allemaal geklopt worden door de Duitser die als een duiveltje uit de doos springt.
Iedereen van onze ploeg komt in het peloton binnen. Middageten na de koers. We zijn namelijk om 9:00 uur begonnen en dus voor het middageten klaar. Weer een mooi hotel met een geweldige receptie, mindere kamers en wederom geweldig lekker eten. Het avondeten maak ik niet meer mee, ik heb een zonnesteek en moet deze avond wat eten teruggeven.
Later horen we dat de complete Tunesische ploeg deze etappe achter in de bus heeft meegemaakt. Toch komen ze in de uitslag voor.


12 juni, tweede etappe
In de ochtend nog een beetje hoofdpijn. Geen chaos zoals de eerste dag, iedereen (ook wij) staan ruim van te voren al klaar. Een petje op mijn hoofd die ik nat houd, moet voorkomen dat de hoofdpijn erger wordt. We starten weer stipt om 9:00. een wonder dat er iets in dit land op tijd gebeurt. Hein Verbruggen is op bezoek en zwaait ons uit.

Het vertrek is geneutraliseerd. De weg is grotendeels foetsie wegens onderhoud. Niemand rijdt lek. Een wonder. Na het einde van de neutralisatie rijden we rustig door. Een jongen demarreert. Het peloton reageert en eindelijk komt er wat snelheid in. Nadat hij is teruggehaald gaat het weer naar onder de 30. Demarreren heeft geen zin. Je wordt toch teruggehaald. Iedereen lijkt daarin te berusten. Dus rustig water halen bij ploegleider Victor, afstappen om te pissen en een beetje kletsen met je ploeggenoten. Totdat een Algerijn wegrijdt en een Zuid-Afrikaan mee gaat. De totale Zuid-Afrikaanse ploeg stopt af. Dan demarreert een Duitser en die krijgt de hele Zuid-Afrikaanse ploeg mee. Achter de Zuid-Afrikaanse ploeg breekt het en alle Zuid-Afrikanen blijken in de kopgroep te zitten. Ik ben ook mee. Het wordt een achtervolging tussen de Italiaanse ploeg en de Zuid-Afrikaanse ploeg. Ik rijd lek in de kopgroep en krijg pas een nieuw achterwiel als de tweede groep van het gespleten peloton mij in heeft gehaald. Hierna moet ik achter de auto terugkomen, terwijl de Italiaanse ploeg volle bak de Zuid-Afrikanen aan het inhalen is. Langzaam krijg ik het peloton weer in zicht, als ik ook nog voor lek blijk te hebben. Weer wiel wisselen en nu is het peloton volledig uit zicht. Gelukkig zijn de officials ook weg, dus aan de auto hangen en met 80 per uur terugrijden naar de achterste groep.

Mijn hoofdpijn heb ik redelijk onder controle. Het petje werkt. Met de tweede groep rijden we ook langzaam terug naar de eerste groep waar de Italianen inmiddels de Zuid-Afrikaanse kopgroep hebben achterhaald. Een spervuur van demarrages daar drukt hun tempo en stelt ons in staat langzaam terug te komen. We rijden over stukken onverharde weg. Iedereen krijgt een vrolijke bruine leemlaag over zich heen. We voegen ons bij de voorste groep en het peloton is weer compleet.

Naar de finish vormen zich net als een dag eerder een Zuid-Afrikaanse en een Italiaanse trein. Deze keer is het een Zuid-Afrikaan die het werk af maakt. We finishen op een plein waar ongeveer 200 man ons aan staan te gapen. Werner was gelost op de onverharde stukken en komt op een kwartier binnen.

Ik word omringt door plaatselijke jeugd. Ze kloppen voorzichtig op mijn rug en lezen hardop de teksten op mijn rug. Weer terug in het hotel. Weer lekker eten. Deze keer is vooral de vis lekker. Om af te koelen en een zonnesteek te voorkomen heb ik een natte handdoek in mijn nek en ga wel drie keer onder een lauwe douche.

Voor het avondeten nog even met Victor het dorp in om inkopen te doen. Ik word een paar keer aangekeken door kleine meisjes die verlegen beginnen te lachen als ik voor de tweede keer terugkijk. Giechelend lopen ze dan door. Ik moet hier erg om lachen. Nog geen toeristenseizoen hier.

13 juni, 3e etappe
De bergetappe. Het vertrek is rustig, ik pis nog even. De eerste berg begint op tien kilometer na vertrek en telt 800 hoogtemeters. Hierna een relatief vlak stuk met nog een lichtere berg. De finish is bergop. Een zware etappe. Bij het begin van de eerste klim los ik meteen. Het gaat niet. Ik kan niet aanklampen en krijg mijn hartslag niet omhoog. Het voelt een beetje als een hongerklop. Jammer. Even later lossen Werner en Coen. Ik haal ze bij en samen met twee Fransen en een Libanees vormen we een groep, waarschijnlijk de laatste groep. We moeten dus doorrijden om op tijd binnen te komen.

Eenmaal boven gaan we vol door, de afdaling in. Een erg lange! Geweldig om over de afgezette weg te dalen. Bijna geen auto's en de ene wegopbreking vergeet ik snel. Warme wind door je haar en felle zon op je bol. Het is 35 graden en geweldig mooi weer.

We gaan op het vlakke vol door en kunnen een groep bij halen. We zijn nu met 20-25 man. Voldoende massa om het einde ongeschonden te halen. Coen heeft het moeilijk als het omhoog gaat en ik duw hem af en toe. Ik voel me nu weer beter en probeer het tempo in de groep hoog te houden. We komen uiteindelijk binnen. Vooraan blijken de Italianen de koers gemaakt te hebben. Ze zijn met zijn vijven (het volledige team) op kop gaan rijden en kregen een viertal mensen mee. Ze zijn volle bak door gegaan en hebben nu allemaal minimaal acht minuten voorsprong op de rest van het peloton. De winnaar was een Italiaan, een Zuid-Afrikaan was twee. Deze laatste is echter de nationaal kampioen tijdrijden en met nog een tijdrit op komst een potentiële kandidaat voor de eindoverwinning. De Italianen gaan het hem moeilijk proberen te maken, denk ik.

Deze bergetappe was een geweldig mooie etappe. Veel mensen langs de weg. We worden soms door kinderen met bloemen bestrooid, een andere keer zijn het zilveren linten. Als we door een dorp heen rijden loopt het dorp uit en worden we, ook al zijn we de laatste groep, luid aangemoedigd. We zijn een bezienswaardigheid in de finishplaats. Kinderen vragen om handtekeningen en ouderen kijken je aan alsof ze nog nooit een fietser hebben gezien. (De laatste vorig jaar?)

Er is de hele toer lang steeds politie begeleiding. Ze bewaken ons hotel (redelijk normaal omdat bij veel hotels politie staat), zetten de weg tussen het hotel en de finish af en wijzen ons de weg naar datzelfde hotel. Geweldig om een keer mee te maken!

Bij alle hotels waar we komen is altijd veel bediening, staat de muziek aan bij het zwembad en is het eten geweldig. Zo ook hier, alleen is het een beetje weinig.

De wegen in Tunesie hebben allemaal een berm van een meter breed, gevuld met gruis. Hier lopen de paarden of muilezels waarop de mannen (het zijn altijd mannen op die beesten) het beest af en toe aansporen met een stokje, terwijl ze zijlinks op het beest zitten met hun gezicht naar de andere paardrijder, die naast hun rijdt. Zo rijden ze vrolijk babbelend in de felle zon voort.
's Avonds worden we ontvangen in een oud kasteel. Het waait hard en het is koud. Het programma zegt echter dat we buiten eten, dus eten we buiten. De bediening is traag. Met drie bordjes tegelijkertijd lopen de drie obers rond om het totale gezelschap van 120 man, waaronder 65 hongerige renners, te voeden. Ondertussen moet ook door diezelfde bediening brood uitgedeeld worden, komt er een tweede voorgerecht en moet het hoofdgerecht ook nog opgediend worden. Als dan ook nog bijna niemand bestek blijkt te hebben breekt de pleuris los. Renners duiken over elkaar om eten te bemachtigen. Obers met schalen eten, rennen voor hun leven om aanstromende renners te ontwijken. Als het slagveld over is blijkt iedereen al naar de bus te zijn gevlucht en al op weg naar het hotel. De gouverneur die zo aardig het festijn had georganiseerd en mooie cadeaus uitdeelde aan alle ploegen, blijft alleen achter.


14 juni, vierde etappe
Het regent. Hollands weer zeggen de andere ploegen. Het is een lange etappe van 175 kilometer en het klassement is al gemaakt. Werner, Casper en ik willen aanvallen vanuit het vertrek.
We vertrekken helling af en geneutraliseerd. Het is echt spek glad. Als je stil staat met de fiets tussen je benen en je knijpt in je remmen, kun je je fiets gemakkelijk over het asfalt heen en weer bewegen. Er is totaal geen weerstand tussen de band en weg. Hoe dit is als je op de fiets zit, is lastig in te schatten, maar we vermoeden niet veel beter. Het geneutraliseerde vertrek helling af vinden we dus allemaal een héél erg goed idee.

Eenmaal beneden nog een start. Hier regent het iets minder en enkele regen jacks gaan al uit. Vanuit dit vertrek wordt meteen gedemarreerd. Een jongen van de Zuid-Afrikaanse ploeg gaat mee. Dit betekend dat de Italianen, die gister flink huis gehouden hebben, de koers zullen gaan controleren om het gat niet te groot te laten worden. Ik spring er achteraan, maar te laat. Een achtervolging van tien minuten op de kopgroep brengt mij op vijfig meter, maar ze wachten niet op mij. Ik krijg het niet dicht en laat mij terug vallen in het peloton. De weg is echt spek glad. Tijdens het rijden glijdt, door het bewegen van de pedalen, je achterwiel constant heen en weer. Staan op je fiets is een levensgevaarlijke onderneming en remmen wil ik liever niet uit proberen. Gelukkig controleren de Italianen de koers en wordt er een constant tempo gereden en is het peloton rustig. Bij een spoorwegovergang vallen enkele Italianen over de spekgladde rails. De rest van het peloton gaat lopend over de kruising. Afdalingen gaan rustig en er gebeuren gelukkig geen echte ongelukken.

Werner lost op de klim en geeft later op in een achtervolgende groep. Hij heeft te veel last van zijn rug. Ook geeft bijna de complete Senegalese ploeg op. Te koud.
De rest van het peloton volgt het Italiaanse tempo. De wind staat soms van achter, soms van opzij. Opzij is vervelend. De Italiaanse waaier is namelijk altijd maar half en de rest van het peloton zit dan in de wind. Wel respect voor de Italianen: 180 kilometer in de achtervolging op deze koude natte dag.

Bij een dorp lijkt het wel of alle inwoners ervan langs de weg staan. Het staat op sommige plaatsen wel vijf rijen dik langs de kant en er wordt luid geapplaudisseerd en geschreeuwd. In andere dorpen kijken alleen de mensen die toevallig langs de weg staan met. We zijn soms echt een bezienswaardigheid. Dit is vooral te zien als we alleenstaande huisjes passeren. Iemand ziet ons dan aankomen, laat meteen alles vallen wat hij/zij in zijn handen heeft en rent het huis binnen. Hierna rennen alle inwoners van dat huis naar buiten en gaan klappen en schreeuwen. Erg leuk!

Het peloton haalt de kopgroep niet in. Op de meet houden ze twee minuten over. Later krijgen we te horen dat de Duitser en Zuid-Afrikaan die mee waren, geld aangeboden hebben gekregen van het hoofd van de Tunesische wielerbond om een Tunesier te laten winnen. Hier werd niet op ingegaan. De Duitser wint.
In de sprint wordt ik 15de van het peloton. Ik ben hiermee vandaag de beste van de ploeg en win hiermee het cadeau wat onze ploeg gisteren heeft gekregen.

Na de koers kleren wassen, fiets poetsen, eten, douchen, kleren drogen. Hierna even de stad in om toerist te zijn en koffie (erg lekkere koffie) te drinken. In de stad worden we veel nagekeken en mensen maken met hun handen fietsbewegingen naar ons. Veelal worden we aangesproken, maar zo'n gesprek eindigt altijd met 'wil je niet even naar mijn tapijtje kijken?'
Het Duitse team heeft een meisje van ongeveer 23 jaar mee die altijd in een andere slecht bedekkende outfit voor de dag komt. Ik ben benieuwd hoe lang dit goed gaat.

Het ritme begint te komen. Opstaan en inpakken kost minder tijd. Uitpakken gebeurt steeds minder. Alles wordt gewoon. Hierdoor heb ik steeds meer tijd voor andere dingen, zoals de stad in gaan. Nathan (een Nieuw Zeelander 39 jaar en ex-prof) gaat iedere dag al de stad in. Hij heeft dit soort koersen al zo vaak gedaan, hij maakt zich niet meer druk. Hij heeft twee keer de Tour de France gereden, fietste 30-35 uur per week en had 160 koersdagen per jaar. Volgens hem is de Tour overleven. Eigenlijk makkelijker dan dit. Als je mag starten in de Tour ben je zo goed voorbereid, en ook zo fit dat het makkelijker wordt om het hogere tempo over langere etappes vol te houden. Verder is in de Tour iedereen goed. Daardoor hoef je alleen het wiel te houden, dan komt het vanzelf goed. Hier moet je ook nog het juiste wiel houden.

Vandaag geen zon, of in ieder geval erg weinig. Heerlijk voor mijn huid ,die ondanks de factor 12 toch een beetje rood begon te worden.
De uitslag van de etappe klopt weer niet! Van de sprint wordt iedere keer een zootje gemaakt. Er is geen foto-finish en geen goede juryleden, dus kunnen ze niet achterhalen in welke volgorde mensen binnen komen.

15 juni, vijfde etappe
Een etappe door de woestijn. In het begin demarreer ik. Anderen doen hetzelfde, maar de Italianen vinden dit niet leuk en gaan met zijn allen in strak tempo op kop rijden. De etappe is 150 km lang en demarreren heeft niet veel zin met dit tempo. De Duitser van gisteren probeert het en krijgt drie medeluchters mee. Hij zet hard door en blijft wel weg. De rest van de etappe valt als volgt samen te vatten:
- Ik demarreer nog twee keer, Casper gaat een keer zelf en een keer met mij mee. Alles loopt op niks uit.
- Na 71 km de eerste bocht.
- Na nog eens 68 km de tweede
- Dan komen we meer de bewoonde wereld in.
- 1 km voor de meet halen we de Duitser en zijn kopgroep terug.
- Ik word in de sprint 10 - 11de.

Het eerste lange stuk (71 km) is door de woestijn. Tot het kruispunt op 71 kilometer is er geen afslag. Hoe groot is de chaos achter het peloton van alle auto's die we al twee uur lang ophouden met ons slakkengang van 40 km/uur! Het tweede lange stuk reden we voor ongeveer 60 km lang door een olijvenplantage, links en rechts rechte rijen bomen, ongeveer twintig meter uit elkaar, zo ver het oog reikt. Dit gedoe van die Italianen is strontvervelend. Morgen moeten we daar wat aan doen.

Weer klopt de uitslag niet! Ik sta er niet tussen. Klacht ingediend. De man van de UCI zou er naar kijken. Helaas blijkt hij na een uur nog steeds met enkele dames aan tafel te zitten. Weer een sprint voor niks. Tijdens de huldiging wordt als derde een Tunesiër gehuldigd. In de uitslag blijkt deze jongen vierde te zijn. Ik word hier wel een beetje moe van. Gisteren zaten er volgens de uitslag gaten in het peloton. Er was een tijdsverschil in de uitslag tussen de eerste van het peloton en de laatste terwijl het een aaneengesloten pak was. Vandaag zaten er wel gaten in het peloton, maar in de uitslag kwam dit niet terug. Voor het fietsen moet je hier niet zijn.

16 juni, zesde etappe
130 kilometer, lijkt kort, maar als je alles wind tegen hebt, dan is het best lang. We deden er viereneenhalf uur over. Onderweg heb ik vier keer aangevallen. Twee keer in het begin van de etappe, steeds met een groep. Helaas rijden de Italianen gewoon tempo door en als mijn medevluchters afgestorven zijn, komt het peloton vanzelf terug. Ik voelde me erg goed vandaag. De wind gooide het hele peloton steeds op de kant. Iedereen moest de hele dag lang vechten voor zijn plek. Erg vermoeiend. Ergens op de lange weg demarreer ik. Ik ben alleen ongeveer 200 meter vooruit. Nog 50 kilometer te gaan. Geen zin, en ik laat me weer terugvallen.

Na 100 kilometer breekt ineens de rechterhelft van mijn stuur af. Ik rijd de berm in en mis in mijn stuurloze moment nipt een vrachtwagen. Remmen kan niet. Dan wil mijn lichaam namelijk naar voren en ik heb geen stuur om mij dan tegen te houden. Langzaam door het losse zand en grind kom ik tot stilstand. Ik schreeuw naar de Franse ploegleiderswagen die als enige in de koers een reserve fiets mee hebben. Victor komt bij mij. Hij zegt dat ik door moet fietsen. Ik pak mijn losse stuurdeel, wat met rem- en versnellingskabels nog steeds verbonden is met mijn fiets, op en ga verder. Ik haal de Franse ploegleiderswagen in, die inmiddels gestopt is. Ik schreeuw 'velo!' en hoop dat ze het begrepen hebben. Achter mij is waarschijnlijk Victor in conclaaf gegaan met de Fransen om alles uit te leggen. Even later komt Victor voorbij en gebaart om te stoppen. De Franse ploegleidersauto stopt ook. Werner en de Fransen regelen het omzetten van de pedalen, ik pak mijn bidons en mijn hartslagmeter. Als alles klaar is stap ik op en rijd door. Het zadel staat veel te hoog. Vanuit de auto sleutelt Werner aan mijn nieuwe fiets om het zadel lager te krijgen. Ik houd mij vast aan de auto. Victor geeft hierbij flink gas en ik kom al wat dichterbij. Het zadel staat nu redelijk en ik ga volle bak in de achtervolging. Een commissaris is bij mij gebleven. Ik kan dus niet achter of aan de auto hangen. Tot mijn verbazing maak ik veel snelheid. Ik zie het peloton al weer en ga ook wel halen zonder kunstgrepen. Ik rijd in mijn eentje tegen wind met gemak terug. Vlak bij het peloton laat ik Werner mijn zadel nog iets lager zetten. De fiets is nu bijna goed afgesteld en ik neem mijn plek in het peloton weer in.

Met nog 10 kilometer te gaan, demarreer ik weer. Het alleen rijden was me goed bevallen en ik hoop datzelfde nu ook te doen, maar dan voor het peloton. Ik krijg een Duitser en een Zuid-Afrikaan mee. Beiden willen niet rijden, omdat beide ploegen punten hopen te pakken voor de groene trui. Ik laat me weer terugzakken. Nathan gaat. Hij blijft zeker twee kilometer lang ongeveer 200 meter voor de groep rijden, maar haalt het niet. Als hij teruggepakt is, ga ik nog een keer, maar er is te weinig kracht in mij. Ik kom niet ver. Ik de sprint wordt er weer flink geduwd door de Libiërs en Tunesiërs. Ik moet bij een T-splitsing rechtdoor om niet tegen een vluchtheuvel opgeduwd te worden. Maar goed ook, want twintig meter verder slaan de duwende renners tegen de vlakte. Daar mogen ze even nadenken over hun gedrag.

Coen was vijfde in de sprint. We zijn erg benieuwd naar de uitslag. Kijken of hij ook daadwerkelijk geklasseerd is.

Van mijn fiets blijkt niet alleen mijn stuur gebroken te zijn, ook mijn voorvork is niet goed meer. Ik mag op Werner zijn fiets verder.

De zevende etappe is een tijdrit van 20 kilometer. We horen dat hij wordt ingekort of helemaal niet door gaat. Organisatorische problemen... Ze zijn er namelijk achter gekomen dat een trambaan het parkoers kruist waar iedere drie minuten een tram rijdt. Ook vindt de gouverneur de toer geweldig maar, twee uur lang een afzetting voor een tijdrit is geen goed idee.

Even de stad in. Kaart kopen en langs het strand lopen. Wat een zootje is dit land. Onafgebouwde gebouwen en overal troep. In een toeritische markt heb ik ineens een heleboel vrienden die allemaal mijn hand willen schudden, waarna ze die niet meer loslaten voorat ik hun handelswaar heb bekeken. Op een rustige plek kan ik kaarten uitzoeken. Aan de man die mij gadeslaat vraag ik om af te rekenen. Hij wijst mij naar binnen, naar de kassa. Binnen zijn vier toonbanken met achter iedere toonbank drie bedienden, maar geen kassa. Die is verderop. Bij alle stellages met toeristenmeuk staat een bediende. Bij de kassa staat een rij en twee bedienden die langzaam werken. Eenmaal bij de kassa, kan ik geen postzegel kopen. Daarvoor moet ik naar de kelder. Achterin zit een man te wachten bij een trommel. Bij hem koop ik uiteindelijk de postzegel en ben eindelijk klaar. Op weg naar het hotel ruk ik nog een poster van de muur. Ook een leuk souvenir.

Coen is 26e in de uitslag! Met foto's van de pers proberen we aan te tonen dat Coen echt niet 26e kan zijn. Alle ploegen blijken dit probleem te hebben. Tunesiërs worden stelselmatig bevoordeeld. Dit is natuurlijk te verwachten. Het is nu ook duidelijk waarom er geen haast gemaakt wordt met het vinden van een camera om de finish netjes vast te leggen.

De Fransen hebben mijn fietswissel op video vastgelegd. Erg grappig om te zien. Via e-mail kan ik dit krijgen. (pienrot.delcourt@wanadoo.fr, http://perso.wanadoo.fr/vcca)

17 juni, zevende etappe
Tijdrit. Hij gaat toch door. Hoe lang de tijdrit is zie ik wel als ik bij de finish ben. Het is windkracht 7-8, het regent en we hebben tegen wind. Ik rijd op Werner zijn fiets. Hij heeft zijn ligstuur er op gezet. Ik ga goed. Mijn hartslag komt alleen niet hoog. Ik ben te moe, nog niet goed hersteld. Ik haal in de tijdrit vier man in, terwijl we om de minuut gestart zijn. Onderweg staan er tekens op de weg. 2K, 1K, 500m en een finishlijn, echter niemand is daar. De echte finish blijkt verder te zijn. Een heel leuke tijdrit zo.

Bij de echte finish gebak en cola. Mijn teller zegt dat de tijdrit 16 kilometer lag was. Hopelijk kom ik door mijn inspanningen wat hoger in het klassement.
Ik ben vijfde geworden en ga van plaats 38 naar plaats 32. Nog steeds onder de helft. De nationaal kampioen tijdrijden van Zuid Afrika wint de tijdrit en krijgt het geel in handen. Nu zullen zij de koers moeten controleren. Casper wordt zevende en als ploeg worden we deze etappe derde.

18 juni, achtste etappe
Een korte etappe. De etappe zelf is namelijk maar 70 kilometer. De neutralistatie naar het vertrek is echter 30 kilometer en vanaf de finish naar het hotel is ook weer 20 kilometer fietsen.
Tijdens de neutralisatie naar het vertrek toe praat ik wat met Algerijnen en Libiërs. De Libiër blijkt negentien jaar te zijn en ongetrouwd. De Algerijn heeft geen zin in het leger en loopt daardoor in zijn land veel privileges mis (rijbewijs, werk) Met het fietsen verdient hij zijn geld. Hij heeft er al een winkel van gekocht waar nu zijn vader en broers in werken. Zo hoopt hij toch een normaal leven te kunnen opbouwen zonder in het leger te moeten. De Libiër verdient ook gewoon geld om mee te doen. Ook zijn ticket wordt betaald, waarschijnlijk door de staat.

Na het vertrek is de koers onrustig. De Zuid-Afrikanen controleren niet zo strak als de Italianen. Groepen mogen wegrijden, zolang ze maar niet te groot zijn. In het begin demarreer ik een paar keer. Ik krijg iedere keer waardeloze groepjes mee. Ook rijd ik op de fiets van Werner. De houding is niet goed, ik krijg erg veel last van een dood gevoel in mijn edele delen en de cranks zijn te lang. Hierdoor fietst de fiets als dikke stront en is er geen gang in te krijgen. Eenmaal op snelheid dan gaat het wel. Tempowisselingen zijn echter erg zwaar. Hierdoor moet ik na 40 kilometer lossen. Ik haal wat achterblijvers in en kom op 8 minuten van de kopgroep en 6 van het peloton binnen en baal. Al mijn tijdwinst van de tijdrit weer weg.

In de kopgroep heeft de Italiaan gewonnen. Hij is weggesprongen uit de kopgroep en won zo. Een medevluchter heeft moeten lossen bij de overgebleven drie vluchters. Het was een Tunesiër. Op wonderbaarlijke wijze weet hij terug te komen in de kopgroep en tweede te worden in de sprint. De Tunesische chauffeur van de Tunesische organisator wordt gediskwalificeerd voor deze actie.

Ik regel de fiets van de Franse ploeg. Deze houding is ook fout, maar hier zitten tenminste normale cranks op.

19 juni, negende etappe
Een neutralisatie van 100 meter met een herstart. Geweldig. Om de hoek van een kruispunt vindt, net buiten het zicht van de officials die ons als eerste weg gevlagd hebben, de herstart plaats.
In de eerste bocht na twee kilometer gaan de twee Fransen die aan de staart van het peloton rijden onderuit. De Fransen komen terug. Een ander is er ondertussen vandoor. Hij blijft twee uur in zijn eentje voor het peloton uit rijden. Later zal hij vijf minuten later dan het peloton binnenkomen.

In de enige getrapt lopende klim vallen de Italianen continu aan. Om de beurten gaan ze er van door en de Zuid-Afrikanen moeten steeds alle aanvallen pareren. Dit gaat goed, maar het peloton heeft het zwaar. Voorin blijkt ineens een Italiaan weg te zijn. In zijn wiel de geletruidrager en ze winnen terrein. Een Algerijn met nog iemand springen er naar toe. Er wordt doorgereden en ze zijn weg. René springt het gat nog dicht en de hele groep verdwijnt uit het zicht. De Italianen hebben ineens geen reden meer om aan te vallen, de Zuid- Afrikanen geen reden om de koers nog te controleren. Iedereen kijkt elkaar een beetje dom aan. Er wordt weer gedemarreerd, en de Zuid-Afrikanen pareren, waarom is onduidelijk. Door de tempoversnellingen komt de kopgroep weer dichterbij. Twee Duitsers, één ervan, een sprinter, springen in het gat. Er wordt nu weer hard doorgereden en de Duitsers halen het niet. In de kopgroep gaat het ook hard en René lost. Ik heb tot nu toe steeds trouw het laatste wiel gehouden.
Ook deze fiets laat het mij niet toe om diep in de beugels te zitten zonder de bloedtoevoer te ontzeggen. Ik voel mij nog steeds goed en rijd alle gaatjes dicht die door het hoge tempo in het peloton ontstaan. Als we bijna bij de laatste trap van de klim zijn valt het stil en is iedereen moe. Ik ga met dezelfde snelheid langs het peloton en ben meteen weg. Ik krijg een Algerijn mee. De aardige jongen die een winkel heeft gekocht. Even later komt er ook een Duitser bij. Ik ga zachter rijden. Volgens mij wil die Duitser namelijk helemaal niet rijden. Hij moet dat eerst maar eens laten zien. Later komt ook Nathan er met twee anderen bij. Hij rijdt gewoon door en ik ga hetzelfde doen. Ik negeer de mensen die profiteren en langzaamaan gaan er meer mee draaien. We komen bij de kopgroep en het peloton is uit zicht. We zijn met tien man weg. Tussendoor proberen Nathan en ik om weg te komen. Dit lukt niet, we zijn niet sterk genoeg om een echte harde demarrage te plaatsen. In de sprint wordt de Italiaan eerste, ik vierde en Nathan negende. Goed geld verdiend voor de benzine en het vliegticket van Victor.

In het hotel is het een zootje. We krijgen de indruk alsof we niet verwacht worden. Ik grijp enkele sleutels van de balie en we gaan naar de kamers. Die blijken later toegewezen te zijn aan de Fransen. Wij krijgen een andere kamer. Een Suite die in een ander deel van het gebouw gemaakt is. De kamer is nieuw en de airco heeft de kamer al fris gemaakt. Er staan zes bedden in. Victor regelt er nog een bij. Op de Tunesische manier krijgen we die pas als je er vijf keer om vraagt. Verder is het eten niet echt goed.
Het stadje is wel leuk. Een mooi terras waar fanatiek domino wordt gespeeld en het waterpistool van Victor wordt gebruikt om tegenstanders nat te spuiten.
's Avonds worden we om stipt 24:00 uur gewekt door luide house. Onze kamer blijkt zich recht boven een disco te bevinden. In de rest van het hotel is er weinig van te merken, alleen in onze vleugel is het niet te harden. Nathan en ik gaan klagen. De disco blijkt tot 2:00 uur open te zijn. Zachter kan niet. Ik pak kwaad mijn matras en ga in de gang van het andere deel liggen. Nathan ligt daar op de bank. Om 1:00 uur word ik gewekt door de twee vrouwen van de organisator. De twee vrouwen gaan bij de organisator liggen en Nathan en ik krijgen hun kamer. Een telefoon die af gaat en vliegen bezorgen me alsnog geen rustige nacht.

20 juni, tiende etappe
Laatste etappe. Alles gaat steeds gesmeerder. Inpakken en klaarmaken voor de koers. Je maakt je nergens meer druk om. Lang voor het vertrek is iedereen al klaar. We verwachten weer een verplaatsing op de fiets naar de start, maar dat is er niet. We starten voor het hotel en gaan geneutraliseerd door de stad.
Er is door het gerommel met de uitslagen, waarin Tunesiërs stelselmatig bevoordeeld worden consensus in het peloton over dat geen Tunesiër een etappe zal winnen. Bij demarrages van hun kant wordt er dan ook fel gereageerd.

Een Egyptenaar komt alleen weg. Niemand heeft hier vertrouwen in, en iedereen vindt het best zo. Er wordt rustig gereden en lekker gekletst. Halverwege nemen om onduidelijke redenen de Italianen de koers over. Ze gaan met zijn vijven op kop rijden en rijden weer een straf tempo. Enkele Duitsers helpen. De Egyptenaar is snel achterhaald. Tot de sprint blijft dit zo. Demarreren heeft geen zin. Ik doe wel een poging, maar het is nutteloos.

De sprint blijkt vreemd te zijn. Rare bochten in de laatste kilometer veroorzaken dat een Libiër over de kop gaat. Een rotonde blijkt af te snijden te zijn, door een stukje door het park te rijden. Een Egyptenaar en ik doen dat. De Egyptenaar op zo'n manier dat hij dertig meter vóór de sprintende renners, al fors in aantal gereduceerd door de valpartij en rare bochten, terecht komt. Hij gaat vol door. Ik kom halverwege de sprinters uit en pas mijn snelheid weer aan. Dit valt iets minder op. In de sprint breekt een Tunesiër zijn ketting en komt hard in contact met zijn bovenbuis, een Duitser rijdt een Egyptenaar van zijn fiets, en nu rijden bij de eerste tien, op de ene ontsnapte Egyptenaar, na alleen maar Europeanen. Door de geletruidrager word ik er op gewezen dat ik even naar rechts moet sturen om een opkomende Tunesiër te snijden. De Egyptenaar die als eerste over de meet komt wordt gediskwalificeerd, De groene trui wint, ik wordt negende (in de uitslag 38e) en de Tunesiër achter mij, in de uitslag vierde.
(In het eindklassement is Casper Helling als 14e geëindigd, Seppe Hoogzaad als 33e en Coen Emmer als 38e.)

Hierna nog 20 kilometer naar het laatste hotel, dezelfde waar we ook zijn begonnen. Bier velt de Zuid-Afrikaanse equipe nog voor het avondeten. Ze hebben de gele, groene en witte trui gewonnen.

Het prijzengeld wordt cash in dinar uitbetaald wat meteen weer een groot wisselprobleem met zich mee brengt. Het geld mag namelijk niet geëxporteerd worden en terugwisselen is beperkt mogelijk.

Een roes van alcohol doet mij diep slapen. Het is over. Ik mis de koers en wil ook graag weer naar huis. Vreemd. Dit lethargische leven (fietsen, eten, slapen) is mij erg goed bevallen. Je hoeft nergens aan te denken. Zeker na een paar dagen. Alles gaat dan vanzelf. Pijn in je benen en vermoeidheid voel ik na een paar dagen niet meer. Je voelt je constant sterk en lekker
uitgerust. De hele tijd zin in sport. Ik wil zeker vaker mee met dit soort koersen. Beetje toerist uithangen en af en toe lekker koersen. Een geweldig leven.

terug naar begin

LEVI WIL VOORAL LEKKER FIETSEN

door Jan van Herwijnen
"Ik moet er trouwens niet aan denken om driemaal per week naar de kroeg te gaan, na een avond ben ik al gebroken. Het is vetter om hard te trainen."Als Levi Heimans zijn fiets uit de schuur pakt voor de foto verontschuldigt hij zich voor de modder op zijn fiets. "Na de sluitingsrit heb ik niets meer gedaan, van poetsen is het nog niet gekomen."
Net als voor veel renners zit het seizoen er op voor Levi. Toch kijkt hij vier dagen na de sluitingsrit - die hij won - alweer uit naar de trainingen. Want Levi's voorbereidingen voor het nieuwe seizoen beginnen al over een paar weken. "Deze tijd doe ik alles wat ik het afgelopen jaar niet heb kunnen doen, zoals met vrienden naar het café" zegt Levi. Hij is opgenomen in de nationale baanselectie van bondscoach Peter Pieters. Hun eerste buitenlandse trainingskamp staat gepland op 4 januari 2004 in Zuid-Afrika. "Ik heb er zin in, drie weken fietsen in Zuid-Afrika, het is daar dan zomer. We gaan waarschijnlijk naar Kaapstad, daar is een wielerbaan. We zullen ook veel op de weg gaan rijden om hardheid op te doen." De omgeving van Kaapstad en Stellenbosch is een prachtig heuvelachtig trainingsgebied, de interviewer is er twee jaar geleden met vakantie geweest. Levi's moeder schuift nu aan bij de koffie en appeltaart: "Ik ben in Zuid-Afrika geboren, niet de regio waar Levi heen gaat, meer naar het noorden. Mijn ouders hebben in Stellenbosch gewoond."

WANDELEN
Ik ben benieuwd hoe Levi met de wielersport in aanraking is gekomen. "Ik kom niet uit wat je noemt een topsportmilieu. We gingen veel wandelen in de bergen. Mijn vader, mijn broer en ik tennisten, maar ik ben er uiteindelijk mee gestopt omdat ik steeds meer ging wielrennen. Via Jannes Sinke ben ik bij De Amstel terechtgekomen. Ik ken hem eigenlijk al mijn hele leven, zomers trainde hij op de fiets voor het schaatsen. Ik schaatste ook, maar moest stoppen wegens een blessure. In 1999 vroeg Jannes me om mee te doen met de Koppeltijdrit in Nes aan de Amstel, destijds de sluitingsrit. Een paar maanden later werd ik eerstejaars Nieuweling en in mei reed ik mijn eerste criterium." Dat was Wijk bij Duurstede, Levi werd daar vierde. Naar eigen zeggen een vertekend beeld omdat er die dag ook een klassieker was waar alle toppers reden.
We lopen snel door Levi's carrière heen. Aan het einde van zijn eerste seizoen kocht hij een nieuwe fiets: een Cannondale. Tijdens de Drontentraining werd deze direct onschadelijk gemaakt door een valpartij met drie(!) renners. Het NCK reed Levi noodgedwongen op de fiets van Niels Schager. (Huiskamervraag: Een jaar eerder, in 1999, was tijdens het NCK voor Junioren/Nieuwelingen een valpartij. Wie viel daar, wat brak hij en welke renners zaten er in de ploeg? Goede antwoorden per e-mail naar de redactie, de winnaar krijgt een eervolle vermelding.)
Het jaar daarop begon Levi in januari met een stevige duurtraining onder leiding van Jannes. In Woerden ging het licht uit: hongerklop. Daarna nog 60 kilometer stapvoets in het wiel van Jannes terug naar Diemen. Toch was het de basis voor een goed jaar, in zijn eerste klassieker werd Levi tiende, in Piershil won hij zijn eerste criterium. Als klap op de vuurpijl werd hij Nederlands kampioen tijdrijden bij de Nieuwelingen, met notabene een hoogtestage/vakantie in de benen. Vorig jaar als eerstejaars Junior won Levi één criterium. "Ik kon dat hele jaar goed mee met de eersten, maar het verschil kon ik niet maken. Voor 2003 had ik als doel meer winnen."
2003 werd inderdaad een topjaar met vijf criteriumzeges, één klassieker, individuele tijdrit en ploegentijdrit (met de districtsploeg van Noord-Holland) in de Acht van Bladel, individuele achtervolging (baan), 1 kilometertijdrit (baan) en tweede op het NK-tijdrijden (weg).

RUSTIG EN BESCHEIDEN
Opvallend is dat Levi rustig en bescheiden blijft onder deze successen. Zijn beslissingen neemt hij goed overwogen, en mochten ze achteraf niet goed uitpakken, dan blijven ze niet als een last op zijn schouders drukken. Een voorbeeld daarvan is zijn keuze om voor het WK-baan in Moskou te gaan fietsen in de Alpen, zijn oma heeft er een chalet en de hele familie houdt er af en toe vakantie. "Ik was in de veronderstelling dat het goed was, twee jaar geleden won ik het NK-tijdrijden bij de Nieuwelingen na een zelfde vakantie. In de ploeg keken ze wel vreemd op, maar ik wilde nu eenmaal lekker fietsen." Na terugkeer had Levi geen goede benen. "Ik zei tegen de ploeg dat ik niet goed was voor het WK, ik zou alles geven, ging er voor, maar de benen waren niet super." Achteraf aan de koffietafel geeft Levi toe dat het beter was geweest om niet te gaan en wedstrijdritme te behouden. Maar tobben over z'n beslissing doet hij niet.
Wanneer besloot je om je studie uit te stellen?
Op het eindexamenfeest zei ik nog tegen m'n vrienden dat we volgend jaar vaker gaan stappen. Ik zou Bouwkunde gaan studeren in Delft, daar op kamers gaan wonen, en gaan fietsen bij studentenvereniging WTOS, staat voor 'we trainen ons suf'. Serieus trainen voor de baan zit er dan niet meer in. Maar tijdens het WK ging het zo goed, en studeren kan ik altijd nog dacht ik, dat ik besloot verder te gaan met wielrennen. Ik ben niet iemand die iets voor de helft doet, een van de twee moet dan altijd inleveren. En halfbakken studeren is ook geen optie."
In tegenstelling tot veel andere jongens in de nationale selectie is Levi niet opgenomen in een sponsorploeg of gastrennersvereniging. "Ik blijf lid van De Amstel. Voor mij heeft het alleen maar voordelen: ik heb geen verplichtingen op de weg en kan me dus volledig op de baan richten. Natuurlijk ga ik wel mijn wedstrijden op de weg rijden, meer etappekoersen want ik heb gemerkt dat je daar veel sterker van wordt." Het wordt dus een druk jaar voor Levi, die onder voorbehoud van goede prestaties kans maakt te starten in de wereldbekerwedstrijden in Moskou, Manchester, Sidney en het WK in Melbourne. Hij is ook nog kandidaat voor een mogelijke deelname aan de Olympische Spelen in Athene.
Je gaat 100 procent voor je sport, ben je niet bang dat je er genoeg van krijgt, mocht het bijvoorbeeld tegenvallen?
Nee hoor, dat denk ik niet, zeker niet het sportieve aspect. Waar ik wel voor moet oppassen is wat jij noemt de intellectuele uitdaging: in plaatst van te studeren ben ik alleen maar bezig met wielrennen. We gaan met de familie vaak naar Frankrijk, ik ga dus een cursus Frans volgen. Op dit moment heb ik ook al een baantje. Aan de andere verandert er in mijn training wel het een en ander: ten eerste zijn ze gericht op de vier kilometer ploegenachtervolging en vier kilometer individueel, bij de Junioren reden we drie kilometer. Deze inspanning haal je toch uit je duurvermogen. Daarnaast komt er een veel betere verhouding tussen rust en inspanning, het soigneren wordt steeds belangrijker, je hebt constant een doel voor ogen."
Ik denk niet dat Levi zich zal verliezen in het wielrennen. Hij is intelligent en heel doelbewust bezig, een echte bèta zegt hijzelf.
Lance Armstrong heeft een nieuwe boek geschreven, Every second counts, my journey back to life. Ik leg je een citaat uit een recensie voor: 'Het gaat er niet om of dat wat je goed doet goed is, het gaat erom dat je er zelf van overtuigd bent dat wat je doet voor jou het allerbeste is. Winnen is een houding, een manier van leven. Ik wil in de training doen wat niemand anders doet.'
Levi reageert: "Armstrong is natuurlijk een 'psycho'. Ik heb praktisch gezien niet veel aan die instelling. Van een winnaarsmentaliteit ga je niet harder rijden. In de tijdrit gaat het erom jezelf zoveel en zo lang mogelijk pijn kunnen doen. In koersen speelt veel meer de interactie tussen de renners mee, dan is het meer een houding. Maar ik ben wel zeer geïnteresseerd in het doen en laten van profs, zeker op mijn onderdelen als de tijdrit en de achtervolging. Verzetten, trainingsarbeid, omwentelingen, snelheden. Het fascineert me. Maar daarbuiten ben ik erg op mezelf en ga ik af op mijn eigen gevoel en ervaring wat betreft training. Wielrennen is nu eenmaal een individuele sport."
Een ander citaat uit een ander boek dat gaat over hardlopen. In de autobiografische roman Looptijd van Dirk van Weelden vraagt de hoofdpersoon zich af of 'hij zich moreel gesproken beter voelt tijdens looptrainingen en wedstrijden dan mensen in auto's of thuis op de bank, omdat die hun gatje lieten rijden en consumerend achteroverhangen?' Volgens de hoofdpersoon kan je in hardlopen een levensinstelling zien, er moet worden geleden om iets te bereiken. Als je een marathon met de lichtsnelheid zou lopen zou er niets aan zijn.
Levi's vrienden op school begrijpen niet altijd waarom hij zoveel met zijn sport bezig is. "Met hen is het moeilijk praten over wielrennen, ik ben de enige die op topsportniveau aan sport doet. Maar wat je zegt klopt denk ik wel, ik voel me beter als ik heb gefietst. Nu ga ik nog naar feestjes en rook af en toe een jointje. Straks verlang ik weer naar de trainingen, lekker fit voelen, dat is een verslaving. Ik moet er trouwens niet aan denken om driemaal per week naar de kroeg te gaan, na een avond ben ik al gebroken. Het is vetter om hard te trainen. Ik leef eigenlijk supergezond, heb een innerlijke drang om altijd de sterkste te zijn, in mijn hoofd ben ik er altijd mee bezig."
Het interview loopt teneinde, het is tijd voor een korte fotosessie. Op zoek naar een geschikte plek kijk ik rond in de woonkamer. Aan de muur hangt een grote foto van het gezin Heimans wandelend in de Alpen. De klep van de piano staat open. Levi: "Mijn broer, anderhalf jaar ouder, speelt piano en contrabas, hij studeert muziekwetenschappen. Mijn vader en moeder spelen allebei viool, mijn moeder is psychologe en geeft muziektherapie. Ikzelf speel wat gitaar en klarinet, maar bezit niet de discipline om er zo mee bezig te zijn als met het wielrennen."
We lopen naar de schuur om zijn racefiets te pakken, een zwarte Ger. "Ik heb drie fietsen. Mijn baanfiets leen ik van de bond. De oude Cannondale zwerft nog ergens tussen Moskou en Amsterdam. Ik had 'm meegenomen naar het WK, in het vrachtvervoer naar Nederland is ie zoekgeraakt."
Ik bedank Levi voor het gesprek en wens hem alle succes voor het komende seizoen. Terwijl ik mijn jas aantrek bedenk ik me ineens zijn reactie te vragen op het WK-tijdrijden voor Junioren. Ook nu is Levi weer de rust zelve, hij heeft geen nare gevoelens dat hij niet is geselecteerd. "Het is jammer van Kai Reus, het hele seizoen was hij de beste, alleen gisteren niet. Tom Stamsnijder heeft een prima tijdrit gereden. Weet je wat het is, deze jongens rijden ook de wegkoers, nou, daar heb ik dus niets te zoeken, eindig ik in de middenmoot." (Twee dagen na dit interview is Kai Reus wereldkampioen op de weg geworden bij de Junioren -red.)
Op weg naar huis droom ik weg bij Levi's vraag die hij halverwege het gesprek stelde: "En jij Jan, wat zijn jouw overwinningen dit seizoen?" Uit de draagzak om mijn schouder klinkt plotseling een kraai van plezier en een voldane zucht.

terug naar begin

ATB DAG
21 december 2002

door die ene vette gast
Cyclocross, dat was echt vet gruwelijk. We waren met Dion Beukenboom, Lennart Mouris, Joris van den Tol, Levi Heimans, Auke Broex, René Markus, Ben Mouris en die ene vette gast op wiens naam ik even niet kom. Eén minder dan verwacht, want Koos Jeroen Kers melde zich om een of andere slappe reden af. Na eerst een hele tijd door de bossen gecrost te hebben, waarin vooral ene Levi Heimans vele stuurfouten maakte, gingen we naar een technisch gedeelte. Bij het nog redelijk makkelijke gedeelte was het alleen die ene vette gast op wiens naam ik even niet kom, die Auke kon volgen. Je kon goed aan die vette gast zien dat hij er geen enkele moeite mee had. Daarna gingen we naar een stuk waar het echt technisch moeilijk was. Auke ging weer aan kop en wat denk je? Alweer kon alleen die vette gast hem volgen en als hij had gewild had hij Auke zelfs los gereden. Toen begon het dubbelen. En wie kwamen we als eerste tegen? Ja, hoor: L. Heimans. Hij was enorm aan het afzien en ondanks dat hij die vette gast een paar keer vreselijk hinderde, wist deze toch met twee vingers in zijn neus, een voet in de pedalen en twee banden die hij had laten leeglopen de heer Heimans te passeren en achter zich te laten.
Vervolgens gingen we naar een bosrondje dat aardig vlak was. Ondertussen had die vette gast even iedereen (op Levi na) bijeen geroepen. Omdat we het allemaal zo zielig vonden besloten we hem, zonder dat hij het wist, dit rondje te laten winnen. De drie jongen gasten, die allemaal heel goed reden; vooral Dion vond ik echt goed, gingen met 2 minuten voorsprong weg. Toen volgde de vier beter geachte en de superman (die vette gast). Op Levi na zaten in de tweede groep alleen maar mensen op een mountainbike, dus Levi was in het voordeel. Verder was je natuurlijk in het voordeel als je de 30 gepasseerd was, want dat is wetenschappelijk bewezen. Omdat ik de enige van de 8 was die niet één van deze voordelen had, was het voor mij niet al te moeilijk om net te doen of ik het moeilijk had. Na één ronde moest ik, zoals afgesproken, na Ben de tweede groep laten gaan. Auke deed zijn best om bij Levi geen argwaan te wekken en bleef daarom ook maar lang bij hem in de buurt. Zoals gepland won Levi voor Dion en René.
Toen we terug reden naar de auto kwamen we Corine Dorland nog tegen. Daar heb ik dus maar een afspraakje mee gemaakt om een keer te gaan mountainbiken en daarna nog lekker samen uit te gaan. Toen ik zei dat ik nog een vriend had (Tim Veldt) die graag met haar uit zou willen, gaf ze als antwoord: "Ja sorry Lars, ik heb veel voor je over, maar ik ga niet met een zielig klein kut baanrennertje als die lelijk fraggle van een Tim Veldt uit. Dus sorry Tim, het spijt me. Het was dus allemaal heel vet en we moeten het zeker nog eens doen!


terug naar begin



Het verhaal van Cor Backer

door Jan van Herwijnen
Op de avond voor de vooravond van de Ronde van Ouderkerk stap ik bij Cor Backer naar binnen. Maar niet voordat ik eerst het "oude blok" heb verkend op de stadsfiets. Zelfs dan is het een gehobbel. "Als je in Ouderkerk rijdt weet je dat het hobbelt, net als in Landsmeer en Hoorn", is Cor zijn weerwoord als ik zeur over het parcours. Cor Backer is een geboren en getogen Ouderkerker. Altijd staat hij de jongens (en meisjes) van De Amstel aan te moedigen langs de kant. Ook is hij niet te beroerd om te vlaggen of mee te helpen met de organisatie. Maar wie is die Cor Backer toch die altijd klaar staat om je jackjes aan te nemen? Hoogste tijd voor een gesprek met een van onze trouwste supporters.

Cor Backer heeft wedstrijden gefietst in een tijd die voor velen van ons heel ver weg staat: 1948 - 1952. Een tijd die nu alleen bekend is van foto's, oude zwartwit beelden en verhalen. Verhalen die je meestal leest in boeken, maar als je geluk hebt ook kan vernemen uit de eerste hand. Cor Backer vertelt graag, hij zit op z'n praatstoel als ik hem bezoek. Regelmatig stapt hij op om mij foto's uit de oude doos te laten zien. Een week voor mijn komst is Bertus Raats langs geweest. "Hij heeft bijna mijn hele verzameling foto's meegenomen. Hij is nu bezig met dat boekje over wielrennen in Amsterdam. Een apart mannetje hoor." Cor is in mei van dit jaar 75 jaar geworden. Zijn kinderen en kleinkinderen hebben een prachtig plakboek gemaakt voor vader en opa. Mooie foto's van een stijlvol coureur. Ik kijk er met ontroering naar. Veldrit Amsterdamse Bos in 1948 (Foto uit boekje B. Raats)

"In 1940 kwam ik van school, het jaar dat de oorlog begon. Na de oorlog ging ik in dienst. Dat deden bijna alle jongens die ik kende. Ik zat bij de Genie in Duitsland. In die tijd deed ik al aan schaatsen en fietsen. Na mijn diensttijd in 1948 ben ik bij Olympia amateur geworden. Een jaar later wilde ik het als professional proberen, maar bij de keuring ben ik afgehaakt. Van de keuringsarts moest ik pillen nemen, 'neem maar eentje van die en van die'. Maar om me heen zag ik jongens kapot gaan. Die wereld heb ik zo snel mogelijk verlaten. Ik ben een jongen van de biefstuk, stiekem at ik weleens een paardenbiefstuk. We moesten altijd goed eten, dus twee uur voor de koers dat taaie vlees naar binnen werken. Nu weet ik dat je maag dat niet zo snel verteert, in mijn tijd wist je niet beter." Cor reed in de criteriums met een (verplicht) vast verzet van 49/17. In de wedstrijden van stad tot stad (nu klassiekers) mocht hij andere voorbladen steken. In de Ronde van Betondorp, seizoen '49/'50, reed hij voor het eerst met een derailleur. Het tempo ging toen flink omhoog. Opmerkelijk is dat er getraind werd op doortrappers mét rem. Dit was om de souplesse te bevorderen.

Smokkelen
Olympia was een van de eerste clubs die een compleet winterprogramma voor de renners verzorgde. In de zaal werd hardgelopen en aan fitness gedaan. Voor die tijd moderne training. "Van 1948 tot 1952 heb ik gekoerst in Nederland, België en Duitsland. We kregen een reisvergoeding van f 7,50. Ik reed veel kermiskoersen in Zeeuws-Vlaanderen. Een hele reis voordat je er was: met de trein dan met de veerboot en tot slot nog een stuk op de fiets. Zo reed ik de Ronde van Clinge. Elke keer als we over het Belgische stuk van het parcours reden moesten we pakketjes aannemen. Dit bleken nylonkousen te zijn, die in Nederland nog zeer schaars waren. Ik kreeg hier 25 gulden voor. In Zeeland won ik ook vaak bekertjes met wel honderd gulden er in. In februari en maart zijn we een keer met de ploeg heen en weer naar Antwerpen gefietst om naar de Zesdaagse te kijken."
Reed je ook op de baan?
"Nee, soms alleen in een aankomst van een van stad tot stad wedstrijd. Op de wielerbaan in het Olympisch Stadion ben ik vaak gefinisht."
Hoe ben je begonnen met wielrennen?
"In de oorlogsjaren was ik wielendrager van grote mannen als Gerrit Schulte, Cees Pellenaars en Ouderkerker Cor Wijdenes. Al deze mannen sliepen op Ouderkerk als ze moesten koersen op de Olympische wielerbaan. Als jongen stapte ik op ze af en vroeg of ik ze mocht helpen met de wielen mee te nemen. Ik vond het allemaal prachtig. Toen besloot ik wielrenner te worden." Zoals al eerder vermeld in "Amsterdams wegwielrennen" won Cor Backer bij de amateurs de eerste veldrit van het Bosplan in 1948. "Wij hadden nog geen veldritfietsen. Ik reed op een wegfiets met gewone tubes. Later dat jaar werd ik twaalfde in Kraantje Lek, een veldrit in Haarlem. Ik crosste niet zoveel, 's winters was ik aan het schaatsen. Geen wedstrijden, alleen lange afstanden."

Schuim op de mond
Cor is aangenaam verrast dat nu eindelijk voetballers zijn betrapt op het gebruik van doping. "Het was altijd het wielrennen dat in het verdomhoekje zat. Nu eindelijk eens voetballers. Schoonrijden is niet mogelijk, op bruin brood en spaghetti kun je geen grote rondes rijden. In mijn tijd werd er ongecontroleerd gepakt, nu word je volledig medisch begeleid. Ik heb jongens met het schuim op hun mond 's avonds de spijlen uit hun bed zien trekken. Coppi is zogenaamd aan een tropische ziekte overleden. Ik geloof er niets van. In het Olympisch Stadion heb ik hem een keer zien verliezen door een lekke band. Hij was totaal van slag, zat een hele tijd met de handen voor z'n gezicht." Cor maakt die sneer naar het voetbal niet zo maar, hij heeft er immers jaren in gezeten. "Na het wielrennen in 1952 ben ik als verzorger gaan werken bij NEA in Ouderkerk. Daar ben ik tot 1977 gebleven. Nu ben ik erelid van NEA. De jongens trainden twee keer per week, meer niet. Jullie presteren meer dan een voetballer. Nadat ze een bal geschopt hebben doen ze vijf minuten niets, in een criterium laat je dat wel uit je hoofd." Tot zijn dertigste in 1956 heeft Cor thuis gewoond. "Ik ben toen getrouwd en gaan wonen in Duivendrecht waar mijn vrouw een bakkerij had. Jarenlang heb ik brood op de fiets rondgebracht. In 1972 moest onze bakkerij ruimen voor de aanleg van de metrolijn. Toen zijn we noodgedwongen weer naar Ouderkerk verhuisd."

Warmtepleisters
Wat deed een wielerman tussen de voetballers?
"Ik heb voetbal altijd al graag gemogen. Ik was verzorger maar deed het met mijn wielerhanden. Ik legde die jongens uit hoe ze zich moesten verzorgen, dat ze niet te veel mochten drinken. Ook gebruikte ik voor het eerst warmtepleisters, heel nieuw in die tijd. Een speler had last van z'n rug, die gaf ik voor de wedstrijd zo'n pleister. Hield-ie hem de hele nacht op. Kom ik de volgende dag bij hem aan huis met brood zegt-ie 'Cor, m'n rug is helemaal rood, het brand zo erg'. Toch heb ik die jongen wat geleerd. Ronald Boerrigter speelde ook bij NEA, hij hield nogal van stappen en hijsen. Heb hem geleerd dat je niet een avond voor een wedstrijd moet gaan drinken. Hij weet nú wat hij moet doen. Als je sport beoefend moet je het goed doen."
Ben Mouris?
"Ben is ooit op Sloten begonnen met wielrennen. Ik zag hem fietsen en zei dat ie door moest gaan. Achteraf gezien is hij veel te laat begonnen. Zijn neef Jens noemde me altijd ome Cor. Hij moest in de oude Ford Granada naar oom Ben gaan kijken. Zo is Jens gaan wielrennen. Later heb ik zelf veel met de auto achter Ben en Jens gereden. Ben en Jens waren mijn mannetjes." Cor is bijzonder trots op Jens. Hij laat me het bord met Jens Mouris zien dat op zijn volgauto stond in Olympia's Ronde. "Jens droomt van Parijs-Roubaix. Die koers wil hij winnen, over de kasseien denderen vindt-ie prachtig." Af en toe moet je Cor bijsturen want tijdens het gesprek springt hij van het ene onderwerp naar het andere. Auke Broex heeft er dankzij Cor voor gezorgd dat de gemeente Ouderkerk een putdeksel in het parcours heeft opgehoogd. "Die malle Broex is sterk, moet je goed rekening mee houden." Als ik vraag of Cor 's winters wel eens komt kijken naar de prestaties van de Amstelcrossers zegt hij direct dat "Van Hoeijen een goeie is, zal z'n hele leven wel op de racefiets blijven." De interviewer kijkt Cor vragend aan. "Jij kunt de koersen makkelijk bijhouden, je moet alleen meer durven naar voren te rijden." En over Odwin merkt Cor op: "Bink maakt de koers maar verspeelt alleen veel te veel krachten."

Klompen en aardappels
Cor heeft nog een mooi verhaal over gewoontes in België. Hij had in Nederland koude thee in een aluminium bidon en brood met kaas in de achterzak. Als je kapot kwam te zitten pakte je een flesje cognac. "In België hadden ze een fles bier als drinken op de fiets. Echt waar. Na afloop van de koers werd er in het café bier gedronken. 'Dat hebben we van ons moeder geleerd', zeiden die Belgen. Dat bleek ook zo. Uit de fabriek namen de mannen altijd een paar pilsjes in het café, de vrouwen moesten hun mannen uit het café halen voor het avondeten, niet voordat ze zelf ook wat gedronken hadden."
Maak je nog steeds je rondjes?
"Ik zorg er voor dat ik heen wind tegen heb en terug in de rug. Meestal rijd ik naar Zwanenburg via het Bosplan (Amsterdamse Bos), of naar Nieuwkoop, Noorden en Wilnis. Een toerclub is niets voor mij, heb ik te veel verplichtingen." Na ruim twee uur praten is het tijd om richting huis te gaan. Cor vertelt onder het laatste frisdrankje dat zijn meeste prijzen in natura werden uitgekeerd. "In de Ronde van Laren in 1948 werd ik achtste. Kreeg ik een paar klompen. Op het perron van Assen heb ik een keer gestaan met twee melkemmers. Stapt er een boer uit de trein, even later heb ik die emmers verkocht. In Alkmaar heb ik een keer een 17 karaats gouden pen gewonnen en een kist appels en aardappels."

Met een hoofd vol verhalen stap ik op de fietst richting Amsterdam. Een mooie vent die Cor Backer. Als Bertus Raats na de zomer de foto's weer bij Cor heeft ingeleverd zal ik nog eens bij hem langs gaan om wat meer te weten te komen over het koersen in en rond Amsterdam.

  terug naar begin